Zelf leren

Door Bald de Boer

Welkom op de pagina waarmee je zelf goed aan de slag kan om te oefenen. Bekijk de instructiefilmpjes goed en probeer ze na te vliegen…

Maar het beste is om echt les te nemen en zo op een prettige manier alle fijne kneepjes te leren van onze deskundige instructeurs…

Dus kom je niet verder, meld je dan aan!

Het enige dat je nodig hebt is een modelvliegsimulator op je pc en een bijbehorende controller. De software van Phoenix RC versie 5.5.l kunnen wij gratis leveren. Maar je kan het ook gratis downloaden bij b.v. RC-Thoughts. Ga dan tot en met versie 5.5.l. (versie 6 is niet officieel en kan tot problemen leiden). Van de ook benodigde controller tonen we twee modellen, zie onderstaande foto’s:

Linksboven: de Superlink SM8, te koop voor circa 68 euro bij Dennisdeal. Deze is robuust en omschakelbaar van mode 1 naar mode 2. Rechts: de Flysky SM600, te koop voor circa 28 euro bij o.a. Ali Express. Deze is niet omschakelbaar. Beide voldoen goed. LET OP: Zorg dat de schakelaar rechtsonder ook op PHOENIX staat! Vooral bij de SM600, want die is verzonken en dat zie je niet zo goed…

Hieronder staan de instructiefilmpjes, daarin laten we een en ander zien. Probeer er zoveel mogelijk van te leren, door de filmpjes vaak te bekijken en na te vliegen…

Let op: in sommige filmpjes toont de zender op het scherm mode 1 (het gas rechts) en in andere mode 2 (het gas links). Zodoende worden alle beginners bediend…

Als bonus laten de laatste vijf filmpjes de figuren voor het KNVvL brevet A Motor zien, gefilmd vanaf een echt model en vanaf de grond. Dat omvat ongeveer de stof van cursus 1.1.b. (de ‘cursus voor gevorderden’).

Belangrijk: Als je wil oefenen en de filmpjes wil nadoen, moet je sommige vliegtuigen in de Phoenix simulator ‘upgraden’. Ze moeten in het simulatormenu ‘Model>Edit’ worden aangepast, anders vliegen ze niet goed. De juiste instellingen van de getoonde Hype YCF (vanaf Phoenix versie 5): Maak het vliegtuig groter via het menu ‘Model’>’Edit’>(Detailed)>’Model’>’Physical’. Zet de Size op 2.5 meter. Ga dan naar ‘Fine Tuning’ en zet de Thrust op 250 á 300%. Je zal zien hoe goed het ding nu vliegt…

Mocht het niet lukken, dan kun je contact met ons opnemen: 06-53841334 (niet vóór 10.00u), bjdboer@hotmail.com of via de pagina ‘Contact’. We praten je dan via Skype online door de instellingen heen.

Filmpje 0.0 (mode 1). Welkom-demo. Hier zie je de start, het circuit, de procedurebocht, de loopings en de landing, een paar van de oefeningen die je moet beheersen als je het (KNVvL-) brevet wil halen. De overige filmpjes behandelen de dingen die je moet beheersen om veilig rond te kunnen vliegen.

Bij het leerproces is het goed om (bijna) alle nodige kennis bij de hand te hebben. Daarvoor hebben wij de handige lesmap met daarin een complete cursus modelvliegen in de aanbieding:

De algemene veiligheidsregels.

Leerdoel: het leren veiligheid tijdens het vliegen tot een gewoonte (een ‘mindset’) te maken.

Drie ‘gouden’ regels die het hele modelvliegen omvatten!

  1. Houd de vleugels horizontaal. Dus parallel aan de horizon. Als je dát kan, dan heb je de helft van de moeilijkheden al overwonnen!
  2. Zorg dat je vliegtuig dáár vliegt, waar JIJ het wil hebben. De positie van je vliegtuig in ‘het universum’ wordt bepaald door het snijpunt van drie ‘lijnen’: a, de kijkrichting van jou naar het vliegtuig, b, de hoogte waarop het vliegt en c, de afstand. Dat laatste is voor ons niet zo interessant. We kunnen verder weg dan 75 á 100 meter toch geen afstand meer schatten. Het gaat dus vooral om de kijkhoek en de hoogte.
  3. Altijd éérst hoogte winnen in een rechte lijn (!) vóór je iets anders gaat doen (bijvoorbeeld bochten maken).

Als je niet zondigt tegen deze drie eenvoudige regels, dan komt het wel goed…

Filmpje 0.1. (mode 2) Modelvliegen, vijf pijlers voor een geslaagde vlucht:

Tijdens het vele geven van instructie is me duidelijk geworden waar het bij het modelvliegen het meest fout gaat. Daaruit heb ik de belangrijkste vijf oorzaken gedefinieerd en ze omgezet tot vijf ‘wetmatigheden’ die je moet toepassen om goed te kunnen vliegen; ‘de vijf pijlers’. Deze pijlers zijn:

  1. Veiligheid en gezond verstand toepassen,
  2. Niet ‘onnodig’ laag vliegen, Houdt lucht tussen je vliegtuig en de obstakels, dan raak je nooit iets),
  3. Niet van koers afwijken, ofwel: leer goed ‘navigeren’,
  4. Vooruit denken en ‘multitasken’,
  5. Gaat het fout, dan meteen (!) de vleugels horizontaal brengen.

Als je niet ‘zondigt’ tegen het goed toepassen van een van deze pijlers, zal je lang en veilig vliegen! Zie hieronder het filmpje waarin een en ander wordt voorgedaan en uitgelegd:

De wind en de invloed van de wind op het vliegtuig.

Leerdoel: begrip krijgen van het verschijnsel wind, wat het met ons vliegtuig (en ons) doet en de angst voor wind overwinnen.

DE WIND. Topic numero uno in de modelvliegerij!

Laten we het mysterie (of zo je wilt het ‘probleem’) wind eens ontrafelen met vragen en antwoorden. Daarmee wordt al veel duidelijk. Daar gaan we…

Wat is wind? Wind is de verplaatsing van een hoeveelheid lucht over de aarde. In horizontale zin dus. Lucht (warme lucht) kan ook stijgen en dat noemen we thermiek. Lucht kan echter ook snel dalen, en dat noemen we downdraft. Een downdraft kan voorkomen rond de 100 kilometer van een forse onweersbui af. Het is gevaarlijk, want de daalsnelheid van lucht in de downdraft is vaak hoger dan se stijgsnelheid van het vliegtuig. Een valwind is misschien wel een mystiek verschijnsel, dat in werkelijkheid nauwelijks bestaat. Het is vaak een interpretatie van rollende turbulentie achter een obstakel zoals een gebouw…

Wordt het vliegtuig in die verplaatsende lucht meegevoerd (als een luchtballon)? Ja. Door de eigen snelheid van het vliegtuig zien we dat echter niet…

Dus voor een vliegtuig in de lucht is het eigenlijk altijd windstil? JA. Maar dat gaat alleen op als de wind eenparig (constant) is. Dat wil zeggen, met een vaste richting en een vaste snelheid. We hebben bij een constante wind dus GEEN last van de wind! Pas als er sprake is van uitschieters of turbulentie beginnen voor ons de problemen. Als je vliegtuig een windvlaag van links krijgt, dan krijgt de linker vleugel de volle laag. Die krijgt dus tijdelijk meer lift en wil omhoog. De rechter vleugel zit in de luwte van de romp en krijgt dus veel minder lift. Het vliegtuig krijgt dwarshelling en zwiept over rechts! Verder speelt de massa van het vliegtuig een rol. Een licht vliegtuig wordt sneller met de veranderende wind (windvlaag) meegevoerd dan een zwaar vliegtuig. Daarom is een zwaarder (groter) vliegtuig stabieler dan een licht vliegtuig. Dat is overigens maar héél relatief. Ik heb weleens als passagier in een Jumbojet van 300 ton gezeten, waar door de turbulentie de inhoud van mijn glas frisdrank tegen het plafond terecht kwam…

Vliegt een vliegtuig in de lucht in alle richtingen even hard, dus met de wind mee en tegen de wind in? JA.

Maar de verplaatsing over de grond, is die wél afhankelijk van de wind? JA.

Er zijn dus twee snelheden van het vliegtuig te benoemen? Ja, we spreken van luchtsnelheid en van grondsnelheid.

Welke van die twee snelheden is voor ons het belangrijkst? De luchtsnelheid. Aan de grondsnelheid hebben we niets, maar dat is helaas de enige snelheid die we kunnen zien! De luchtsnelheid kunnen we NIET zien. Daarom vliegen we standaard met minstens half gas. Dus OOK als het toestel hard lijkt te gaan met de wind mee…

Rekensom. De wind waait met een snelheid van 10 kilometer per uur. Het vliegtuig vliegt 50 kilometer per uur. Hoe hard gaat het vliegtuig tegen de wind in? Antwoord: 40 kilometer per uur is een goed antwoord. Maar niet volledig. En 50 kilometer per uur is ook goed, maar óók niet het volledige antwoord. Het beste antwoord zou een tegenvraag zijn: “Bedoel je grondsnelheid of luchtsnelheid?”

Bij welke windsnelheid kunnen we nog modelvliegen? Dat hangt af van twee dingen: de maximum snelheid waarmee je vliegtuig kan vliegen en je ervaringsniveau. Je kan dus nog vliegen als je vliegtuig sneller kan vliegen dan de windsnelheid. Anders gaat het ten opzichte van de grond achteruit…

Klimt een vliegtuig tegen de wind in sneller dan met de wind mee? NEE. De bereikte hoogte is ALLEEN afhankelijk van de tijdsduur van de klimvlucht.

Kunnen we het effect van de wind op ons vliegtuig beïnvloeden? Ja. Door met meer snelheid te gaan vliegen. Dan wordt de verhouding tussen vliegsnelheid en wind gunstiger.

Heeft een licht vliegtuig meer last van de wind dan een zwaar vliegtuig? Ja, door de uitschieters en de turbulentie. Maar dat is redelijk realtief en zit meer ‘in ons hoofd’…

Wat kunnen we daar dan aan doen? Harder werken!

De basis vliegmanoeuvres.

Leerdoel: het leren van de basis vliegmanoeuvres om het vliegtuig te besturen.

Onder de basis manoeuvres vallen: rijden (taxiën), control check, start, klimvlucht, hoogte houden, koers houden, bochten maken, navigeren, stijgvlucht en daalvlucht, nadering en landing en de glijvlucht.

Het is belangrijk dat je deze basis manoeuvres eerst goed beheerst, vóórdat je begint met het vliegen van geavanceerde figuren, bijvoorbeeld de oefeningen die voor het brevet moet kunnen laten zien. Oefen ook de manouevres op zichzelf, en niet twee tegelijk. Een klimmende bocht bestaat namelijk uit twee basismanoeuvres: de klimvlucht en de bocht. Dus eerst leren klimmen en daarbij rechtuit vliegen, daarna horizontale bochten leren, en pas daarna de twee combineren…

Filmpje 1 (mode 1). Taxiën en controlcheck:

Doe altijd een controlcheck voor ELKE vlucht! Je wilt, nee moet weten dat je vliegtuig storingsvrij zal doen wat je ervan verwacht. Verder kan worden gesteld dat je van veel taxiën (rijden op de grond) ook goed leert vliegen. Je leert namelijk goed te doseren met het gas…

Wil je het taxiën buiten oefenen met je echte vliegtuig, zoek dan een rustige grote plaats op, bijvoorbeeld een lege parkeerplaats. Haal wel de vleugel van je toestel af, want het is niet de bedoeling (en het staat zo raar) dat het per ongeluk gaat vliegen. Lach niet, ik heb dat al zien gebeuren…

Filmpje 2 (mode 2). Taxiën en controlcheck 2: met staartwiel:

Filmpje 3 (mode 1). Start en klimvlucht. Zorg bij de start dat je telkens de vleugels horizontaal brengt. Laat het toestel niet van koers afwijken en stuur telkens terug naar de oorspronkelijke startrichting (tegen de wind in, naar een punt in de verte):

Filmpje 4 (mode 2). Start en klimvlucht 2: met staartwiel:

Hoogte houden.

Opdracht voor jezelf: Oefen erop dat je het vliegtuig goed op één hoogte kunt houden. Doe dat op tenminste drie verschillende hoogtes, bijvoorbeeld laag (10 meter), normale vlieghoogte (40 meter) en hoog (boven de 70 meter). Vlieg standaard met half gas.

Koers houden. 

Opdracht voor jezelf: Oefen erop dat je het vliegtuig goed op één koers kunt houden. Gebruik daar in het begin het kompas voor en oefen het daarna door van het ene punt op de horizon naar het andere te vliegen. Vlieg standaard met half gas.

Horizontale bochten vliegen. 

Bochten vliegen. Gaan we helling aanrollen om een bocht te maken, dan wordt het evenwicht van de krachten verstoord: de overgebleven lift wordt kleiner dan de zwaartekracht en het vliegtuig wil dalen. Daarom moeten we een beetje up geven:dia1

Deze afbeelding illustreert ook bij uitstek waarom een bocht zo vaak eindigt in een duikvlucht (en een crash). Als je vleugels een hoek met de horizon maken, dan verlies je lift. Dus gaat het vliegtuig dalen of zelfs duiken. De normale reactie daarop is hoogteroer up geven. Maar als de helling groot is en de daling fors, dan trek je daarmee juist het toestel de grond in! Dé remedie voor een daal/duikvlucht is de vleugels uitrollen en horizontaal brengen. Het toestel stopt dan met dalen en gaat vaak zelfs weer klimmen…

Een standaard bocht heeft 30 graden helling. Een steile bocht heeft 45 tot 60 graden…

Filmpje 5 (mode 2). Horizontale bochten vliegen:

Navigeren. Dat is naar een positie vliegen die bestaat uit het kruispunt van een punt op de horizon, een bepaalde hoogte en een zekere afstand.

Goed leren navigeren. Dat is de enige manier om je toestel boven een gewenst punt te krijgen en te houden!

We hebben hiervoor dus de horizon nodig voor de referentiepunten. Bij de meeste simulatoren kun je de camera zó instellen, dat de grond altijd in beeld blijft (Keep ground in view). Stel dat nu in. We vliegen altijd op de standaard hoogte van rond de 40 meter. De afstand is voor ons niet van belang. De positie van het vliegtuig die we willen zien is op de kijklijn naar het referentiepunt (punt in de verte) en virtueel boven dat punt. Het mag er dus ook voor af achter zijn…

Als er wind staat, moeten we wellicht ‘opsturen’. Dat is de neus van het toestel op een punt tegen de wind in richten, om bij het gewenste punt uit te komen:

dia1

Stijgvlucht en daalvlucht (klimmen en dalen).

Filmpje 6 (mode 2). Gebruik bij klimmen en dalen voor vooral het gas, en maar een klein beetje het hoogteroer (alleen indien nodig):

Even een stap terug… In theorie klimmen en dalen we door onderstaande volgorde aan te houden:

dia1

Voorbeeld: als we vanuit de horizontale vlucht willen klimmen, dan brengen we eerst de neus van het toestel omhoog (A=Attitude). Bij de gewenste klimhoek geven we gas bij (P=Power) en tenslotte trimmen we desgewenst (maar dat doen we bij modelvliegen bijna nooit).

In de PRAKTIJK echter, klimmen en dalen we door simpelweg meer of minder gas te geven!

Klimmende bochten maken we met maximaal 15 tot 20 graden helling. Dit is om een overtrek te voorkomen. Bij dalende bochten mogen we zoveel helling geven als we willen. Maar ook hier is 30 graden de standaard.

Nadering en landing. 

We landen altijd tegen de wind in. Want dan is onze uitloop op de grond het kleinst…

Filmpje 7 (mode 1). Nadering en landing, altijd tegen de wind in:

Glijvlucht. We willen graag weten hoe ver ons vliegtuig komt als de motor er mee ophoudt. Want dat is nodig om in geval van nood een goede noodlanding te kunnen maken.

Tip: Zet in de glijvlucht de neus nooit boven de horizon. Zo voorkom je een overtrek als gevolg van het uitstrekken van je glijvlucht. “Never stretch a glide!”

Daalhoek/klimhoek. De daalhoek (maar ook de klimhoek) verandert met de wind. Hieronder de effecten van wind tegen en wind mee (de tekening toont de klimvlucht, maar voor de daling geldt hetzelfde):

dia1

Dus als je met de wind mee daalt, dan kom je verder weg dan tegen de wind in. Draai dus zo laat mogelijk tegen de wind in (maar wel op tijd!)…

De verschillende circuits en wanneer ze te vliegen.

Leerdoel: het leren vliegen van de verschillende circuits.

We vliegen circuits om verschillende redenen: a. omdat dat een veilige manier is op boven en rond het veld te opereren (als iedereen dat doet, vliegen alle vliegtuigen achter elkaar dezelfde kant op, minder botsingen dus!), b. omdat dat een gemakkelijke manier is om je weg in de lucht te vinden, en c. omdat vrijwel alle standaard manoeuvres in het circuit zitten. Goed voor je ervaring dus!

We onderscheiden vier verschillende circuits. Die moeten we allemaal kunnen vliegen, omdat ze nodig zijn bij het goed uitvoeren van de diverse vliegoefeningen. Ze zijn: standaard circuit (90 graden circuit), 180 graden circuit, hoog circuit en kort circuit. Van het korte circuit zijn er twee uitvoeringen: laag en met hoogtewinst.

Het standaard circuit (of 90 graden circuit). Dat vliegen we op standaard hoogte (ca 40 meter).

Filmpje 8 (mode 1). Het standaard circuit opzetten en vliegen:

dia1

Filmpje 9 (mode 2). Het circuit linksom vliegen met wind van rechts. Staartwielkist en mode 2:

Het 180 graden circuit. Ook dat vliegen we op standaard hoogte (ca 40 meter). Dit circuit heeft niet vier 90 graden bochten, maar slechts twee bochten van elk 180 graden. We gebruiken het 180 graden circuit onder andere voor de brevetoefening ‘gesimuleerde noodlanding met go-around’:

dia1

De nadering begint ook hier op het 45 graden punt. Zet daar het gas op 1/4 en ‘zeil’ de bocht om (een 180 graden bocht) naar final. Het laatste stukje vliegen we rechtuit naar de landingsplaats.

Opdracht voor jezelf: oefen het 180 graden circuit tot je blauw ziet…

Hoog circuit. Het hoge circuit moeten we kunnen vliegen om een tolvlucht (vrille of spiraal) te kunnen maken. We vliegen het op 120 meter hoogte. Het grondpatroon is hetzelfde als dat voor het standaard (90 graden) circuit.

Kort circuit. Van het korte circuit zijn er dus twee uitvoeringen: een kort en circuit en een kort circuit met hoogtewinst. We gebruiken deze korte circuits als er na de start iets mis is met ons toestel.

Kort en laag circuit. Is de motor oké, dan ga je zo snel mogelijk rond om weer tegen de wind in te landen. Daarbij mag je laag blijven. Je vliegtuig is niet in orde, dus je wil zo kort mogelijk in de lucht zijn. Je hebt hiermee een tijdwinst van 20 tot 30 seconden ten opzichte van een standaard circuit!

Kort circuit met hoogtewinst. Is er wél een probleem met je motor, bijvoorbeeld als hij sputtert, dan ga je ook terug via de kortste weg (zelfde grondpatroon als het korte en lage circuit), maar dan probeer je nog hoogte te winnen. Die hoogte kun je namelijk dringend nodig hebben als je motor er helemáál mee kapt! Dan kun je dus nog in de wind draaien…

Opdracht voor jezelf: oefen op de twee verschillende korte circuits. Je mag nu eindelijk een beetje scheuren… 

De noodprocedures.

Leerdoel: het redden van je geliefde vliegtuig! Ofwel het leren herkennen van een (naderende) noodsituatie en daarop adequaat reageren.

De bijbehorende tekst staat in de lesmap.

Een overtrek gebeurt als de invalshoek tussen de koorde (dwarsdoorsnee) van de vleugel en de instromende lucht 16 graden is of meer. De symptomen die zich voordoen vóórdat de overtrek gebeurt zijn op volgorde:

Hoge neusstand, lage (horizontale) snelheid, slap reageren op de controls. Dit MOET je uit je hoofd kennen!

Voorkomen van een overtrek of herstellen eruit: druk op het hoogteroer verminderen en gas geven.

Filmpje 10 (mode 2). De overtrek (of stall), symptomen, herkennen, corrigeren en voorkomen:

Tip: zoek op Youtube naar “RC crashes”. Bekijk er een aantal van en probeer er achter te komen door welke oorzaak de meeste modellen crashen… 

De ongebruikelijke vliegtuigstanden (unusual attitudes). Dit zijn ALLE standen van je vliegtuig in de lucht die je niet had bedoeld! Haal je vlietuig uit deze situaties door het herstel in te zetten volgens een vaste procedure. Eerst uitrollen en de vleugels vlak brengen, dan het gas dicht, vervolgens de daling stoppen (vlak brengen) en als laatste weer half gas opzetten en de vlucht vervolgen…

Als je tijdens het vliegen blijft steken bij uitrollen, dan is dat al oké…

Opdracht voor jezelf: kijk onderstaand filmpje 11 en ga oefenen…

Filmpje 11 (mode 2). Een crash voorkomen en ‘unusual attitudes’:

De noodlanding. Er kan altijd iets gebeuren, met je vliegtuig of met iets op de grond. En daar moeten we alert op (leren) zijn. Er zijn twee mogelijkheden: Bij de eerste is er iets aan de hand maar je hebt nog tijd om even door te vliegen. Zoals bijvoorbeeld: accu bijna leeg (of brandstof bijna op) of een naderende regenbui. Dit noemen we een voorzorgslanding, ofwel: “land zodra dat praktisch is” (Land as soon as practicable). Bij de tweede mogelijkheid kun je niet verder vliegen. Bijvoorbeeld als de motor uitvalt of je wordt plotseling onwel. Dit heet een noodlanding: landt onmiddellijk (Land immediately).

Een voorzorgslanding is een gewone landing, zodra dat kan. Houd wel je koppie erbij. Deze wordt uitgevoerd op het vliegveld.

Een noodlanding wordt meteen ingezet zodra het probleem zich voordoet, en kan overal eindigen. Dus ook buiten het vliegveld.

Als het een oefening is en je vliegtuig is in orde: dan NIET buiten het vliegveld landen! Maak dan dus een go-around (doorstart).

De doorstart (go-around). Je kan op elk moment en op elke hoogte besluiten om een doorstart te maken. Maar uiterlijk op ooghoogte, omdat het vliegtuig in de daling nog iets doorzakt. Procedure doorstart: 1. check vleugels horizontaal, 2. check romp horizontaal, 3. geef VOL gas, 4, wanneer het toestel weer klimt: neem iets gas terug en ga over in de normale (rechte) klimvlucht.  

Bonus: filmpje 12 (mode 2). Verhoog je vliegvaardigheid! Doe dit maar eens na: vlieg onder het poortje door… (De Flying Site heet ‘Lagos Rocks’.)

Geavanceerd vliegen; de oefeningen voor het brevet.

Leerdoel: Oefenen om de vliegstandaard te verhogen en jezelf gereed maken voor het (KNVvL) brevet.

De ultieme bonus: het brevet A Motor! Begin hier pas mee als je het vliegtuig goed beheerst en alle basismanoeuvres (stijgen, dalen, hoogte houden, koers houden e.d.) kunt vliegen…

Je moet acht verplichte figuren vliegen (dat leer je in de cursus 1.1.b):

modelvliegen oefeningen brevet V6

Noot bij Noot 1: oefening 7 (gesimuleerde noodlanding) is de uitzondering: die wordt niet tegen de wind in begonnen, maar op downwind, als je met de wind vliegt mee dus.

Neem de rust om de oefeningen goed uit te voeren. Zorg dat de inzet goed is, dan gaat de oefening vaak vanzelf ook goed…

Filmpje 13. Oefeningen 1 en 2 voor het KNVvL brevet A Motor:

Filmpje 14. Oefeningen 3, 4 en 5 voor het KNVvL brevet A Motor:

Filmpje 15. Oefeningen 6, 7 en 8 voor het KNVvL brevet A Motor:

Filmpje 16. De oefeningen voor het KNVvL brevet A Motor vanaf de grond gezien:

Filmpje 17. De oefeningen voor het KNVvL brevet A Motor nog een keer vanuit de lucht:

Meer lezen? Onder de pagina ‘leesvoer’ is meer interessants te vinden, technische artikelen (o.a. over Expo) en verhalen…

Wil je persoonlijk 1 op 1 les, dan kun je vrijblijvend een gratis proefles nemen. Tijdens de proefles wordt alles op het scherm nog inzichtelijker gemaakt. De EMVO PHOENIX instructeur laat zien wat de mogelijkheden zijn, wat je allemaal leert en hoe de diverse oefeningen voor het brevet er uit (moeten) zien.

Je kunt de proefles thuis online nemen, als je een simulator op je pc hebt. Het is ook mogelijk om de proefles bij EMVO aan huis te nemen en meteen volledige voorlichting te krijgen. EMVO komt zelfs op verzoek met de Phoenix simulator naar je toe (tegen kilometervergoeding)…

En uiteraard kan EMVO PHOENIX ook een proefles buiten vliegen verzorgen op het eigen veld. 

Neem contact op via de button ‘Contact’ of ‘Aanmelden’. Of mail naar bjdboer@hotmail.com. Of bel 06-53841334 (liever niet vóór 10.00u). 

portret

Een gedachte over “Zelf leren

  1. Dag Bald,
    zit even te kijken op jouw site.
    Ziet er erg mooi uit.
    Heldere theorie.
    Bovendien duidelijke illustraties en filmpjes.
    Hebben zowel l.l.als instructeurs wat aan.
    Hoop dat men dat oppakt.

    Met vriendelijke groet ook aan Gonnie
    Koos.
    p.s. Coen is momenteel helemaal bezig met drone’s.
    Heeft met hulp van clubleden er met Bob zelf 1 gebouwd.
    Heeft ondertussen zijn brevet gehaald na een paar keer vliegen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s