Instructie/filmpjes

Door Bald de Boer

Hieronder staat info die kan helpen bij de zelfstudie. Het omvat ongeveer de stof van cursus 1.1 (de ‘beginnerscursus’) in 15 instructiefilmpjes en een aantal onderwerpen en tekeningen. Probeer er zoveel mogelijk van te leren, door de filmpjes vaak te bekijken en na te vliegen…

Video van cursist Richard uit Leeuwarden tijdens zijn eerste les buiten…

Belangrijk: Als je wil oefenen en de onderstaande filmpjes wil nadoen, moet je de gebruikte vliegtuigen in de simulator ‘upgraden’. Ze moeten in het simulatorprogramma ‘Model>Edit’ worden aangepast, anders vliegen ze niet goed. Voor de juiste instellingen kun je contact met ons opnemen: 06-53841334 (niet vóór 10.00u), bjdboer@hotmail.com of via de pagina ‘Contact’.  We praten je dan op de Phoenix simulator online door de instellingen.

Filmpje 0.0. Welkom-demo. Hier zie je de start, het circuit, de procedurebocht, de loopings en de landing, een paar van de oefeningen die je moet beheersen als je het (KNVvL-) brevet wil halen:

Als je wil leren modelvliegen, is het goed om alle nodige kennis bij de hand te hebben. Daarvoor hebben wij het handige handboekje in de aanbieding:

17-03-16 04

Bestellen: zie de pagina genaamd ‘Handboek’…

De bewegingen van het vliegtuig. Het vliegtuig kan bewegen om drie assen: de langs-as, de dwars-as en de top-as. Draaien rond de langs-as doen we met de vleugels en noemen we rollen. Draaien rond de dwars-as doen we met het hoogteroer en noemen we stampen of pitchen. Draaien rond de top-as doen we met het richtingsroer en noemen we gieren of yaw. Tenslotte kunnen we nog langs de langs-as versnellen en vertragen.

afbeelding-boekje-001

Filmpje 0.1. Modelvliegen, vijf pijlers voor een geslaagde vlucht:

Tijdens het vele geven van instructie is me duidelijk geworden waar het bij het modelvliegen het meest fout gaat. Daaruit heb ik de belangrijkste vijf oorzaken gedefinieerd en ze omgezet tot vijf ‘wetmatigheden’ die je moet toepassen om goed te kunnen vliegen; ‘de vijf pijlers’. Deze pijlers zijn:

  1. Veiligheid en gezond verstand toepassen,
  2. Niet ‘onnodig’ laag vliegen,
  3. Niet van koers afwijken, ofwel: leer goed ‘navigeren’,
  4. Vooruit denken en ‘multitasken’,
  5. Gaat het fout, dan meteen (!) de vleugels horizontaal brengen.

Als je niet ‘zondigt’ tegen het goed toepassen van een van deze pijlers, zal je lang en veilig vliegen! Zie hieronder het filmpje waarin een en ander wordt voorgedaan en uitgelegd:

Navigeren. Dat is naar een positie vliegen die bestaat uit het kruispunt van een punt aan de horizon, een bepaalde hoogte en een zekere afstand. Als er wind staat, moeten we daarbij wellicht ‘opsturen’:

dia1

Scantechniek. Het is goed om tijdens het modelvliegen geconcentreerd te zijn. Maar vaak leidt dat tot fixatie op het model, zodat de (minder ervaren) vlieger totaal niets meer meekrijgt van wat er om hem of haar heen gebeurt. Zijn of haar ‘wereld’ bestaat alleen nog maar uit zijn of haar vliegtuig, de rest ‘bestaat’ even niet meer… Dat is zeer ongewenst! Je moet dus niet fixeren op je toestel, maar ‘scannen’. Dat kan van levensbelang zijn! Het is een vruchtbare vorm van multitasking…

Deze techniek is afgeleid van het instrumentvliegen (‘blind’ vliegen in de wolken) bij de bemande luchtvaart. Daar let de vlieger op al zijn instrumenten, met als centrum van zijn aandacht de kunstmatige horizon (die vertelt hem de stand van zijn vliegtuig). Wij modelvliegers nemen als centrum van onze aandacht ons vliegtuig in de lucht en ‘scannen’ dan alle overige factoren. Daarbij gaan we tussen twee stappen door telkens met onze ogen (en aandacht) naar ons vliegtuig terug.

De volgorde van kijken is dus: vliegtuig (stand in de lucht), vliegrichting, vliegtuig, hoogte, vliegtuig, grond, vliegtuig, wind, vliegtuig, boodschap van iemand anders, vliegtuig, overige zaken, vliegtuig… Ofwel in een schema:

dia1

Op deze manier leren we echt alles in de gaten te houden!

Filmpje 1. Taxiën en controlcheck:

Doe altijd een controlcheck voor ELKE vlucht! Je wilt, nee moet weten dat je vliegtuig storingsvrij zal doen wat je ervan verwacht. Verder kan worden gesteld dat je van veel taxiën (rijden op de grond) ook goed leert vliegen. Je leert namelijk goed te doseren met het gas…

Wil je het taxiën buiten oefenen met je echte vliegtuig, zoek dan een rustige grote plaats op, bijvoorbeeld een lege parkeerplaats. Haal wel de vleugel van je toestel af, want het staat zo raar als het per ongeluk gaat vliegen. Lach niet, ik heb dat al zien gebeuren…

Filmpje 2. Taxiën en controlcheck 2: met staartwiel:

Filmpje 3. Start en klimvlucht. Zorg bij de start dat je telkens de vleugels horizontaal brengt. Laat het toestel niet van koers afwijken en stuur telkens terug naar de oorspronkelijke startrichting (tegen de wind in, naar een punt in de verte):

Filmpje 4. Start en klimvlucht 2: met staartwiel:

Filmpje 5. Horizontale bochten vliegen.

Als alle op het vliegtuig werkende krachten in evenwicht zijn en elkaar opheffen, vliegt het vliegtuig horizontaal op één hoogte. Dit heet een eenparige vlucht:

dia1

Gaan we helling aanrollen om een bocht te maken, dan wordt het evenwicht van de krachten verstoord: de overgebleven lift wordt kleiner dan de zwaartekracht en het vliegtuig wil dalen. Daarom moeten we een beetje up geven:dia1

Naast een beetje up geven met elevator, moeten we eigenlijk ook nog een beetje rudder geven met de bocht mee. Een bocht vliegen is dus een spel van coördinatie tussen rolroer, hoogteroer en richtingsroer. In de bemande luchtvaart speelt het gebruik van richtingsroer een grotere rol dan bij het modelvliegen. En het gebruik van drie knuppels tegelijk is zó moeilijk, dat zelfs de KNVvL adviseert het richtingsroer in het begin achterwege te laten. Het komt later wel…

Filmpje 6. Klimmen en dalen. Gebruik hiervoor vooral het gas, en maar een klein beetje het hoogteroer:

In theorie klimmen en dalen we door onderstaande volgorde aan te houden:

dia1

Voorbeeld: als we vanuit de horizontale vlucht willen klimmen, dan brengen we eerst de neus van het toestel omhoog (A=Attitude). Bij de gewenste klimhoek geven we gas bij (P=Power) en tenslotte trimmen we desgewenst (maar dat doen we bij modelvliegen bijna nooit).

In de PRAKTIJK echter, klimmen en dalen we door simpelweg meer of minder gas te geven!

Filmpje 7. Nadering en landing, altijd tegen de wind in:

Daalhoek/klimhoek. De daalhoek (maar ook de klimhoek) verandert met de wind. Hieronder de effecten van wind tegen en wind mee:

dia1

Filmpje 8. Het circuit opzetten en vliegen:

Filmpje 9. Het circuit linksom vliegen met wind van rechts. Staartwielkist en mode 2:

dia1

Het 180 graden circuit. Dit gebruiken we onder andere voor de brevetoefening ‘gesimuleerde noodlanding met go-around’:

dia1

Filmpje 10. De overtrek of stall, symptomen, herkennen, corrigeren en voorkomen:

Filmpje 11. Een crash voorkomen en ‘unusual attitudes’:

Filmpje 12. Verhoog je vliegvaardigheid! Doe me dit maar eens na: vlieg onder het poortje door… (De Flying Site heet ‘Lagos Rocks’.)

Stress, overbelasting en prestatie. Als een mens in rust is presteert hij/zij gemiddeld. Wordt bij hem of haar de spanning (stress) opgevoerd, dan gaat hij/zij beter presteren. Dit zit sinds de oudheid in de mens, voor als die bijvoorbeeld een roofdier tegenkwam. Dit steeds beter presteren onder steeds meer spanning gaat door tot een zeker maximum, dat voor iedereen anders is. Wordt de spanning dan nóg meer opgevoerd, dan gaat de prestatie snel naar NUL: de persoon is dan ‘overbelast’! Als je tijdens het vliegen dus gespannen bent, dan is dat een goede zaak. Want je gaat er beter van presteren. Maar zowel jij zelf als de instructeur moeten er voor zorgen dat het punt van overbelasting nooit wordt overschreden. Want dan komt er van de taak niets meer terecht en daar heeft niemand iets aan…

boekje-afbeelding-007

Meer lezen? Onder de pagina ‘leesvoer’ is meer interessants te vinden, technische artikelen (o.a. over Expo) en verhalen…

Wil je persoonlijk 1 op 1 les, dan kun je vrijblijvend een gratis proefles nemen. Tijdens de proefles wordt alles op het scherm nog inzichtelijker gemaakt. De EMVO PHOENIX instructeur laat zien wat de mogelijkheden zijn, wat je allemaal leert en hoe de diverse oefeningen voor het brevet er uit (moeten) zien.

Je kunt de proefles thuis online nemen, als je een Phoenix simulator op je pc hebt (de laatste versie). Het is ook mogelijk om de proefles bij EMVO aan huis te nemen. En EMVO komt zelfs desgewenst met de Phoenix simulator naar je toe (tegen kilometervergoeding)!

En uiteraard kan EMVO PHOENIX ook een proefles op het eigen veld of op je clubveld verzorgen (wel zelf toestemming vragen van je clubbestuur). 

Neem contact op via de button ‘Contact’ of ‘Aanmelden’. Of mail naar bjdboer@hotmail.com. Of bel 06-53841334 (liever niet vóór 10.00u). 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA   portret

 

Een gedachte over “Instructie/filmpjes

  1. Dag Bald,
    zit even te kijken op jouw site.
    Ziet er erg mooi uit.
    Heldere theorie.
    Bovendien duidelijke illustraties en filmpjes.
    Hebben zowel l.l.als instructeurs wat aan.
    Hoop dat men dat oppakt.

    Met vriendelijke groet ook aan Gonnie
    Koos.
    p.s. Coen is momenteel helemaal bezig met drone’s.
    Heeft met hulp van clubleden er met Bob zelf 1 gebouwd.
    Heeft ondertussen zijn brevet gehaald na een paar keer vliegen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s